Exclusief online artikel: Snoekkoorts!

26 november 2016 | Raymond Hakkert

Ooit begon ik als jochie met het vissen op voorntjes. Het gebeurde regelmatig dat die witjes plots in vliegende visjes veranderden en er een groen met gele stippen gekleurde grote staart het water hoog deed opspatten. In mijn bed ’s avonds lag ik er dan eerst wakker van, maar droomde er even later over dat ik ooit zo’n monster zou vangen. Het duurde echter nog een paar jaar eer dat ik mijn eerste werphengel kreeg. Maar deze eenmaal in bezit maakte ik als ‘straatvisser’ de buurtsloten onveilig met Mepps-spinners en twisters in alle kleuren van de regenboog. Vele baarzen en snoeken trokken de hengel krom. Tegenwoordig zouden ze me een diehard streetfishertje genoemd hebben.

 

Exclusief online artikel Snoekkoorts 2

 

Echter toen ik in 1987 voor het eerst een karper ving, was ik direct verkocht. Het kunstaas in mijn viskoffer maakte rap plaats voor karpermateriaal. Ik beviste met name de grote Flevolandse vaarten welke toen nog bulkte van de karper. Maar snoek én snoekvissers zag je er vrijwel nooit. Het was pas halverwege jaren ‘90 dat ik en m’n karpermaatjes er in de winter eens met levend aas aan de gang gingen.

 

Exclusief online artikel Snoekkoorts 3

Met een druppel aan de neus simpelweg buiten zijn en naar een dobber turen.

 

Levend aasverbod

Waar we normaliter ’s winters met blikken maïs en penhengels de kuilen en bruggen van de vaarten afstruinde naar winterkarper, zeulden Arnold en ik nu rond met emmers vol witjes. We vingen al snel hele series prachtige dames. Verslavend was het gewoon om die dobbers te zien onder knallen! Tot daar jammer genoeg in 1998 het verbod kwam op het vissen met levend aas, wat een einde maakte aan onze winterse uitstapjes op snoek. Van het vissen met dode voorns zoals we dat tegenwoordig doen, was in Nederland nog amper sprake. Het kwam ook gewoon niet in ons op. Dat deden toch alleen paling- en snoekbaarsvissers, dat vissen met doodaas? Wisten wij veel… De valse klappertandjes werden dan in de winter maar weer alras ingeruild voor zwoele karperlippen.

Exclusief online artikel Snoekkoorts 4

Exclusief online artikel Snoekkoorts 5

Met ‘karpermaat’ Arnold pionieren in nieuwe grootwaterhavens.

 

De karperwereld

Jarenlang heeft karper mij in haar greep. Zo erg dat ik samen met Herwin Kwint Woord van Zwijgen deel 1 en 2 schrijf en uitgeef. Het schrijven, vormgeven en verkopen van zo’n boek vergt ontzettend veel vrije (vis)tijd. Tegen de tijd – net voor de feestdagen - dat deel 2 van Woord van Zwijgen naar de drukker gaat, is het karperseizoen nagenoeg voorbij. Door de werkzaamheden kom ik veel te weinig buiten. Als buitenmens gaat dat hoe dan ook aan je knagen. Het doorvissen in de winter op karper kan natuurlijk heel goed. Jarenlang heb ik dat gedaan, maar de tijd en zin ontbreekt me op dat moment gewoon. Het woord ‘karper’ kan ik überhaupt even niet meer horen. Toch ben ik enorm toe aan frisse lucht…

 

Snoekkoorts (november 2011)

Tijdens het vaste rondje met de hond zie ik een mooie vis draaien en denk aan een karper. Zo begin november leuk om te zien. Ik blijf even staan, en zie plots een hele dikke snoekstaart in de oppervlakte. Wegspringende witjes maken het plaatje compleet. Terplekke barst er snoekkoorts in mij los en voor even voel ik mij weer dat jochie van acht dat zijn werphengel nog moet krijgen. Echter mijn uitrusting puilt nu uit van de werphengels! 

 

 


 

Gejaagd door de jagers sjees ik op mijn fiets terug richting de vreetorgie

 


 

 

Als de sodemieter sprint ik naar huis, het is immers al namiddag en het zal snel donker worden. Ik graaf mij een weg door de schuur op zoek naar veel te dikke en krullerige stalen onderlijnen, veel te grote jaren ‘90 snoekdobbers en oude roestige dreggen. Het moet maar, ik heb even niets anders tot mijn beschikking. Mijn karperstokken tover ik rap om tot snoekhengels. Gelukkig kan ik vrij snel nog even een paar voorns scoren. Gejaagd door de jagers sjees ik op mijn fiets terug richting de vreetorgie. Ik heb nog zeker een paar uur eer het donker is. Toptijd!

 

Come back

Daar drijft mijn dobber, letterlijk doodstil… Ik ben nog gewend uit de levendaastijd dat het turen naar die heen en weer toerende dobber ook al spannend was. Zodra de aasvis dan plots zenuwachtig begon te doen en de dobber begon te dansen, zat het hart al in de keel. Rechts en links jagen snoeken, maar ik krijg maar geen beet en gooi voor de zoveelste keer richting een kolk. Met levend aas was het dan vaak snel raak. In de emmer zwemmen nog twee prachtige blankvoorns… Zal ik? Nee, de boetes zijn bizar hoog; kun je niet mee thuis komen! Pas wanneer ik de moed begin op te geven en de dobber daardoor al een tijd onaangeroerd laat liggen, is daar plots toch die ‘ploep’. Wat een kick weer! Vol adrenaline aanschouw ik het geheel. De dobber duikt diep weg en ik tel tot zeven en beuk vast. Yes! Hangen! Na een onverwacht stevige dril op karpermateriaal ligt daar weer eens een snoek in mijn schepnet. Mijn roofviscomeback is direct één meter één, en ik kan mijn geluk niet op.

 

Exclusief online artikel Snoekkoorts 6

Deze dame zorgde na jaren afwezigheid weer voor de nodige snoekkoorts.

 

Het onder zien schieten van de dobber en dit schitterende resultaat ontwaakt resoluut de oude roofvisser in mij. Ik word meteen vrolijk bij de gedachte dat ik de gehele winter nog voor me heb. Stiekem hoop ik dat ze lang zal duren, maar dat de schaatsen in het vet blijven. Genieten dit!

 

Visveiligheid

Omdat ik nu de snoekwereld ben ingestapt als karpervisser, zijn er een aantal zaken in mijn uitrusting en manier van denken bij het omgaan met grote kwetsbare vissen vanzelfsprekend meegenomen. Eén van de items die ik altijd hoog in het vaandel heb staan is visveiligheid. Ik neem bijvoorbeeld altijd een onthaakmat mee wanneer ik ga vissen. Bij het vissen op snoek en karper hebben we immers te doen met grote en kwetsbare vissoorten. Bij het ontbreken van iets waar een dikke snoek op neergelegd kan worden, neigen veel snoekvissers spijtig genoeg nog immer naar de kieuwgreep, want redeneren ze; in een boot of op het beton laten spartelen is geen optie. Daar lijken ze een punt te hebben. Maar daar gaat het juist fout. Een rapport van Sportvisserij Nederland dat ik heb gelezen wijst namelijk uit dat een snoek grote stress ervaart bij dit ‘ophangen’ aan de kieuwboog zónder ondersteuning van de andere hand. Maar laat je die andere hand nou net nodig hebben om de tang vast te houden om te onthaken. Dus wat doen veel roofvissers nog immer; de snoek laten hangen aan een kaak en onthaken maar. Ondersteun je de snoek niet bij de kieuwgreep, dan wordt de snoek plots volledig met zijn eigen lichaamsgewicht geconfronteerd, welke hij onder water amper ervaart. De gewrichten in het kantelbare gedeelte van de kop zijn hiervoor niet gemaakt en komen onder grote druk te staan. Het is nooit bewezen dat je dit zonder gevolgen kunt doen! Wel is bewezen dat er hierdoor nadrukkelijk meer stress wordt ervaren dan snoeken die onder de buik goed worden ondersteunt of rustig worden neergelegd op een natte onthaakmat. De stressfactor is hoe dan ook bepalend voor de overlevingskans die een vis heeft bij het terugzetten. Hoe meer stress ze ervaren, hoe groter de kans op ziektes en/of sterfte. Gebruik dus een goed (rubber) schepnet én onthaakmat!

 

Exclusief online artikel Snoekkoorts 7

Kom maar weer eens langs als je 30 cm langer bent!

 

Goed gereedschap is het halve werk

Karpervissers tikken elkaar per direct op de vingers bij het zien van overtredingen of het ontbreken van onthaakmatten. Gezeik? In dit geval denk ik van niet, het zorgt voor prachtige karpers die onbeschadigd terug worden gezet en menigeen jarenlang plezier zorgt. Als ik dan zie hoe er dan door sommige vissers nog steeds met grote snoeken omgegaan wordt, dan springen de tranen mij in de ogen. Vaak vertonen grote snoeken op de flanken beschadigingen, littekens en zelfs kale plekken. Metersnoeken hebben in principe geen vijanden. Beschadigingen komen dan ook veelal doordat ze zijn gevangen en daarna niet netjes zijn behandeld. Voor een paar tientjes zijn er handige oprol- onthaakmatjes te koop die - kletsnat gemaakt - prima dienst doen. Of nog beter; een puike onthaakmat met opstaande randen én klep. Visveiliger kan niet! Elke snoek kan op deze manier met respect behandeld worden en zonder schade worden teruggezet.

 

Exclusief online artikel Snoekkoorts 8

Zo’n ‘grootmoeder’ til je niet met een hand op, maar verdient respect, ondersteuning én een ‘lekker bedje’!

 

Zelf maak ik graag gebruik van een zogenaamde weigh sling die  je bij veel modellen geheel kan dichtritsen. Een snoek kun je hier, naast eventueel wegen, een paar minuten in bewaren. Nu kun je - wanneer je bijvoorbeeld alleen bent - je statief en camera positioneren. Een snoek laten wachten in een open schepnet of op de oever is geen optie en vragen om problemen. Een combinatie van een weigh sling (met rits!) en oprolmat is in mijn optiek én een visveilige én een handig te vervoeren setje. Je kunt met zo’n handige sling zelfs - met wat oefening - snoeken scheppen vanaf lage oevers of vanuit de boot.

 

Verder is het een must dat je over stevige en lang onthaakgereedschap beschikt. Degelijke onthaak- en kniptangen van de merken Fox, Spro, Prowla voldoen uitstekend. Ga gewoon niet snoeken als je deze niet in bezit hebt, je kunt namelijk een dreg diep in de bek anders never nooit bereiken! Ga bij onkunde of weinig ervaring eerst eens op pad met iemand die zijn spullen en knowhow wél voor elkaar heeft.

 

Exclusief online artikel Snoekkoorts 9

Valse klappertandjes! Goed gereedschap is een must!

 

Deze kan je tijdens het onthaken ook tips geven zoals erop letten dat de bekflap niet naar binnen gevouwen zit bij het terug zetten van de vis. Tijdens de dril of onthaakhandelingen wil deze namelijk nog wel eens naar binnen vouwen. Hierdoor gaat hij er op knagen en zal deze gaan ontsteken. Het is simpel; als je niet weet hoe je met een beste snoek om moet gaan of het lef niet hebt er eentje te onthaken, óf nog erger er geen geld voor over hebt te investeren in degelijk gereedschap, vis er dan niet op!

 

Blijf alert

Wanneer ik op pad ga richting een groot open water, of een grote haven dan houd ik naast het turen naar de dobbers het leven in en op het water goed in de gaten. Ik probeer me te verplaatsen in de snoek maar nog meer wat witjes nu zouden doen. Waar zullen ze zich ophouden en waarom. Ook kunnen watervogels je de nodige info verschaffen. Duikende fuutjes die regelmatig bovenkomen met visjes betekent dat daar een school vis aanwezig is en daar ligt ook roofvis. Verder duidt plotselinge vlak vallend water in de waterspiegel (gebroken golven) op aanwezigheid van grote vis. Dit kan karper zijn, maar is in de winter meestal jagende snoek op half water. Duikende meeuwen betekent vaak dat (kleine) aasvis in de bovenste laag aanwezig is, vis daar dan een hengel ondiep!

 

Exclusief online artikel Snoekkoorts 10

Ik vis zelf niet graag met van die baksteenvoorns! Ik zet die altijd terug met witjes tikken (kuitdragers!). Voorntjes van zo’n 16-22cm zijn áltijd en overal prima in te zetten én je kunt in principe direct slaan (wacht sowieso nooit langer dan zeven seconden!), omdat deze in zijn geheel naar binnen floepen bij een flinke snoek!

 

Hordes hongerige aalscholvers daarentegen jagen op alles dat beweegt onder water, en ik heb zelden goed gevangen wanneer deze beesten massaal aanwezig waren. Een enkele (speurende) aalscholver kan echter geen kwaad. Sterker nog, ze zoeken vaak naar scholen jonge brasem of dikke voorns. Dus houdt zo’n zwart gevaarte wel in de smiezen. Want komt deze plots boven met een dikke bliek, dan moet je niet twijfelen of je moet gaan verkassen. De dikke groenjassen zijn vaak niet ver uit de buurt. Hop de dobbers erheen!

 

Exclusief online artikel Snoekkoorts 11

Hop dobbers erheen en: PLOEP!

 

Minstens 60 cm!

Gebruik onderlijnen van tenminste 60 cm! Een kortere onderlijn is vragen om problemen. Een snoekbek van een 120 cm plus is al snel 40 cm diep… En iedere doodaasvisser kan zo’n vis er zomaar op krijgen. Dat is ook meteen een goed uitgangspunt; ga bij het starten met doodaasvissen uit dat je (juist ook) de kapitale exemplaren gaat haken. Deze wil je niet verspelen!

 

Exclusief online artikel Snoekkoorts 12

Zo'n prachtige vaartsnoek wil je niet verspelen door een lullig kort onderlijntje.

 

De lengte van mijn 70 cm lange stalen onderlijn heeft trouwens meer met het volgende aspect te maken: Tijdens de dril gaat menig snoek om zijn eigen as draaien, hierdoor zal een onderlijn van 40 cm al snel te kort zijn wanneer deze om de kop meerolt. De kwetsbare hoofdlijn zal binnen een aantal draaien om de kop zitten, waardoor deze aan de scherpe kieuwdeksel of bek doormidden wordt gesneden. Doodzonde!

Exclusief online artikel Snoekkoorts 13

Vis je onderlijn lang!

Exclusief online artikel Snoekkoorts 14

Simpel maar effectief.

 

Gooi dus al die korte - kant en klare - onderlijnen direct weg. Koop een rolletje 49 strand stalen onderlijn en maak ze lekker lang. Of doe zoals ik en koop kant en klare onderlijnen van 70 cm lengte voorzien van lusjes (Resifight 19, 11 kg CAPERLAN. Decathlon.nl). Topspul! Het gefabriceerde lusje van deze onderlijn doe je om een van de haken van de dreg. Nu een paar keer wikkelen en terug door het oog van de dreg halen, rubber sleeve erover en klaar is Kees. Een botte dreg is ook heel snel te verwisselen met dit systeem. 


Exclusief online artikel Snoekkoorts 15
Zoals ik doodaas inzet; makkelijk verwisselbare dreg en een stukje rubber dat voorkomt dat je je aasvis eraf gooit.

 

Exclusief online artikel Snoekkoorts 16
Goede voorbereiding is het halve werk.

 

Ga je eigen weg

Wat erg nuttige info kan opleveren is een stuk water als een kanaal eens af te lopen met een peilhengel. Let daarbij wederom op futen. Deze jagen vaak op plekken waar er onder water iets van structuur aanwezig is. Kuilen en richels – welke je zo snel opmerkt - zijn vaak hotspots. Hier wordt de stroming gebroken en liggen de grote rovers net uit de stroom te wachten op gedesoriënteerde zwakke vissen of dode visjes welke in de kuil terecht komen middels de trek in het water.

 

Exclusief online artikel Snoekkoorts 17

Dit kanaalvarken had ik binnen tien minuten op een tweedaagse voerplek van licht vertreerbare spiering en witvis. Met dat voorvoeren ga ik de komende tijd verder experimenteren. Het werkt namelijk zeker niet áltijd!

 

Tijdens zo’n wandeling langs het water tref je vaak ook medevissers aan zoals wedstrijd- of karpervissers. Op kanalen worden wedstrijden vaak op hetzelfde parcours gehouden, doordat daar de bereikbaarheid goed is. Wedstrijd- en karpervissers hebben de auto nu eenmaal het liefst achter de stek. Onderschat dit soort stekken niet. Er gaat regelmatig visvoer in, wat de witvis de hele winter op de stek actief houdt. Snoek zal deze stekken absoluut bezoeken. Daarom zijn en blijven veel havens ook topstekken. De witvis vindt daar alles om goed te overwinteren: beschutting, visvoer en geen stroming waardoor het in de luwte net wat warmer is. De meeste havens worden echter plat gevist en er heerst veel concurrentie onder elkaar.

 

Exclusief online artikel Snoekkoorts 18

Een hele haven voor jezelf? Ja, dat kan nog steeds!

 

Kijk als doodaasvisser daarom eens wat verder dan je meeste collega’s. Er zijn naast de bekende havens echt nog steeds amper beviste (onontgonnen) havens. Misschien moet je een stukje om of iets langer in de auto. Maar dan heb je zo’n haven op zondagochtend wel voor jezelf. Je concullega’s staan tientallen kilometers verder, in een drukke haven, gezellig met zijn allen te blanken. Tel uit je winst! Succes!


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (1)

 

Harm Bakel

Knap dat je de verleiding kon weerstaan om niet met levend aas te gaan vissen...........chapeau.