Tonijnvissen: Little big game? Little tunnys! (1)

11 november 2017 | Gerwin Gerlach

“Daar! Nee, daar, links van de boot. Schiet op nou. Snel gooien anders zijn ze weer weg!” Met twee enorme uithalen zeilen er twee pilkertjes richting de horizon. Zodra het kunstaas het water raakt, is het vol gas binnen draaien. Na drie vier slagen volgt een aanbeet waarbij de geleideogen letterlijk kreunen op de spinhengel. Alsof het geen moeite kost rost een ‘little tunny’ met 70 kilometer per uur een spoel leeg...

Hopen dat er een moment komt dat je als sportvisser het heft in handen kan nemen… Maikel van Breugel met  prachtige little tunny!

 

Een little tunny? Ja, dat zijn ‘tonijntjes’ van gemiddeld een meter lang en acht tot tien kilo zwaar, die in grote groepen achter prooivis aan jagen langs de randen van de Middellandse Zee. Geweldige vissen om al werpend te vangen met relatief licht materiaal!

 

De little tunny aan het eind van de lijn heeft inmiddels de spoel veranderd in een ‘knucklebuster’ waar je maar beter vanaf kunt blijven. Na ruim 100 meter gaat het gas er af, onder invloed van een kleiner wordende spoel en een hierdoor vanzelf toenemende slipdruk. Want moe is dit brok dynamiet echt nog niet. De lijn snijdt al zingend door wind en zee en die eerste minuten is het echt geven en nemen. Lijn winnen en hopen dat er een moment komt dat je als sportvisser het heft in handen kan nemen. Dat moment dient zich aan nadat de uithalen van de vis afnemen van 100 naar 50, 30 en 10 meter per keer. Dan nog duurt het zeker 20 minuten voordat de little tunny - al spartelend als een reuze makreel - langszij komt.

 

Little tunny

Nog net niet geheel uit gedrild, hangen we over de boot om de little tunny snel van de haak te ontdoen. Want er zwemmen er nog veel meer... De little tunny is namelijk de meest voorkomende tonijnensoort in de Middellandse Zee. Het feit dat veel Zuid-Europeanen de vis als ‘absoluut waardeloos’ beschouwen zal daar zeker een positieve bijdrage aan leveren. Het visvlees heeft een lage voedingswaarde, bevat desondanks veel olie en is daardoor slecht in de vriezer te bewaren. In beroepsmatige zin vist men er dan ook niet of nauwelijks op. 

 

Tonijnvissen 02
Gerwin Gerlach heeft een lange zware strijd in zijn voordeel beslecht; het zijn flinke knokkers deze tonijnen.

 

Voor ons sportvissers zijn ze daarentegen goud waard! Daar waar de meeste tonijnen al moeten bewegen om alleen al hun zuurstofgehalte op peil te houden, heeft de little tunny - net als bijvoorbeeld een makreel - ook nog eens geen zwemblaas. Dus stoppen met zwemmen betekent zinken naar de bodem. Blijven zwemmen is daarom het devies en dat doen ze met een kruissnelheid om ontzag voor te hebben. Onvermoeibaar, met 30 tot 40 kilometer per uur en dat dan vierentwintig uur per dag. De gedachte alleen al is om moe van te worden. Het kleine lid van de tonijnenfamilie beschikt door al dat bewegen over een gespierd lichaam en een groot uithoudingsvermogen, wat garant staat voor enorme acceleraties en een lange dril na een ‘hook-up’.

 

 


 

Dus stoppen met zwemmen betekent zinken naar de bodem…

 


 

 

De little tunny lijkt op andere tonijnsoorten, maar heeft als enige soort kenmerkende zwarte stippen op de flank, tussen de borst- en buikvinnen. Het record staat op 120 centimeter bij een gewicht van 17 kilo. De gemiddelde lengte van de little tunnys in de Middellandse Zee is zo’n 80 tot 100 centimeter, bij een gewicht van 8-10 kilo. De hoogste geregistreerde leeftijd van de soort is 12 jaar.

 

Tonijnvissen 03
Als je van enerverende drils houdt dan ben bij die kleine tonijnen aan het juiste adres! Wil je meer weten omtrent o.a. de diverse tonijnsoorten en reisinformatie: klik hier!
 

Little tunnys jagen vaak in grote groepen, waarbij ze hun prooi achtervolgen tot aan het wateroppervlak. Door onze vangsten in de Adriatische Zee bij Kroatië ontdekten wij dat ze daarbij - in elk geval in het voorjaar - vooral speldaas eten. Meerdere exemplaar spuugden aan boord tot onze verbazing heel kleine aasvisjes uit, die veel kleiner waren dan ons kunstaas. In eerste instantie maakte dat ons wat onzeker, omdat het de indruk gaf dat we met veel te grote pilkers bezig waren. Om de scholen jagende vissen vanaf een afstandje te kunnen aanwerpen, moesten we echter wel gewichten van minimaal 30/40 gram gebruiken. Gelukkig vingen we op ons kunstaas in de eerste dagen al enkele vissen, maar in ons hoofd spookte continu de gedachte dat met hele kleine pilkertjes meer aanbeten mogelijk zouden zijn. Toen onze vierde vangst echter een half verteerde makreel van zo’n 30 centimeter uitspuugde, beseften we dat tunnys niet kieskeurige zijn. Tonijnen hebben gewoon altijd honger en deze ras-opportunisten vreten alles wat ze te pakken kunnen krijgen. Hoe heerlijk is dat, als je weet dat onze referentie terug gaat naar verkleumde handjes tijdens het verticalen op kieskeurige snoekbaarzen of het dagenlang vissen op sluwe, haast onvangbare karpers. Nee, de tonijnenmentaliteit is gewoon van ‘hebben dat spul’en daarna zien we wel weer. Wat een verademing om mee te maken!

 

Tonijnvissen 04

Tonijnvissen 05

Speldaas & pilkers… Met zo’n bek vol met speldaas, ben je welhaast te bang dat zelfs je pilkertjes te groot zijn! Geen nood, deze ras-opportunisten vreten alles wat ze te pakken kunnen krijgen.

 

Doe het zelf

Het mooie van deze zogeheten Little Big Game visserij is de grote ‘doe het zelf’ factor. Veel sportvissers vinden het vissen op de grootste en sterkste vissen van de wereldzeeën niet alleen duur, maar vooral ook uiterst saai. Dagenlang op zee, wachtend op die ene aanbeet. Uitermate vervelend, want je kan en mag niets zelf doen. Het is vooral de schipper die vist en jij krijgt uiteindelijk alleen een hengel - met aan het eind van de lijn een vis - in je handen gedrukt. ‘Dat is toch geen vissen meer’, is vaak het commentaar van de criticasters. 


Onze ervaring is dat juist in de Adriatische Zee het Big Game en Little Big Game vissen hand in hand gaan. Hier zwemmen little tunnys in de nabijheid van hun allergrootste broertje de blauwvintonijn en andere giganten, zoals zwaardvissen en blauwe haaien. Dat geeft bijvoorbeeld de mogelijkheid om met big game hengels op ‘grof wild’ te vissen, terwijl de spinhengels klaar staan voor langs zwemmende groepen tunnys.


In de jaren dat wij nu op de Adriatische Zee vissen, zijn er altijd dagen bij geweest dat je tussen de Kroatische eilanden de open zee op vaart en direct jagende vis ziet. Negen van de tien keer zijn dat little tunnys en afhankelijk van de weersomstandigheden kun je die aanwerpen met pilkertjes of trollend belagen met diep en ondiep lopend kunstaas. Als er weinig wind is jagen ze net onder het oppervlak en zijn ze goed met pilkertjes te bevissen, bij een grotere golfhoogte is het trollen efficiënter. Door gericht op tunnys te vissen maak je op dat moment weliswaar geen kans op een blauwvintonijn of zwaardvis, maar wel op veel spanning, actie en ‘drilmomenten’ met een vissoort die wij echt belachelijk sterk vinden. Vooral wanneer je wat lichter materiaal gebruikt kun je ontzettend veel plezier beleven. Denk daarbij niet aan een lichtere spinhengel die je bij het roofvissen in Nederland gebruikt, want daarmee ben je vrijwel kansloos. Wij gebruiken hengels van 2,7 tot 3 meter lengte met een werpgewicht van zo’n 50 tot 150 gram. Stevige stokken, waarmee het enerzijds mogelijk is om kleinere pilkers ver te werpen, maar die anderzijds ook de ruggengraat hebben om een sterke vis te drillen en deze zo nodig bij de schroef van de boot vandaan te houden. Molens moeten een perfecte slip en hoge indraaisnelheid hebben en bij voorkeur zoutwaterbestendig zijn. Shimano heeft enkele zeer geschikte maar prijzige modellen, wij vissen met de betaalbare Penn Conflict 6000 molens en zijn daarover dik tevreden. Als lijn kies je een goede kwaliteit gevlochten lijn met een dikte van 14 tot 18/00. Een fluorcarbon voorslag van 50/00 zorgt ervoor dat de lijn niet kapot raspt op de kleine scherpe tandjes van de tonijnen.

 

Tonijnvissen 06
Close-up van een levende drilmachine. 

 

Jagend vissen

Meeuwen en stormvogels zien jagende tunnys bijna altijd eerder dan wij. In kleine groepjes volgen ze de scholen, waarbij ze continu duiken om de aasvissen te pakken die de tunnys naar de oppervlakte jagen. Bij een beetje wind zijn de jagende vissen nauwelijks zichtbaar tussen de golven, dus dan is het een kwestie van de horizon afspeuren in alle richtingen, in de hoop een groepje vogels te zien vliegen. De vogels verraden de koers van de vissen en daar moet de schipper uiteraard op anticiperen. In de praktijk komt het er op neer dat we met flinke vaart naar de vogels varen, waarbij we de laatste paar honderd meter een ‘onderscheppingskoers’ aanhouden. Eenmaal op werpafstand van de vissen gaat het gas eraf en heb je kans om één of twee keer de school aan te werpen. We hebben geprobeerd om mee te varen met de jagende vissen, maar dat resulteerde eigenlijk altijd in het staken van de activiteiten, duidelijk te zien doordat de meeuwen neerstrijken op het water of wegvliegen in verschillende richtingen. Het geluid van de scheepsmotor verstoort de tunnys en lijkt ze naar beneden te drukken, dus dat maakt deze jagende manier van vissen iets minder ‘kinderspel’ dan je in eerste instantie zou denken.

 

Tonijnvissen 07
Een prachtig uitzicht op de Kroatische kust.

 

Vorig jaar hebben we op een vrijwel windstille dag een andere aanpak gekozen. Keer op keer staakten de vissen het jagen als we met de boot in de buurt kwamen, waarna we enigszins gefrustreerd besloten om de motor uit te zetten en driftend te gaan vissen op blauwvintonijn. Na het uitzetten van de beaasde hengels, het overboord hangen van de ‘chumzak’ en het vullen van de Sardamatic (voerapparaat) met stukjes vis begon het wachten. Het vangen van een blauwvintonijn is een unieke ervaring die het uiterste van het materiaal en je uithoudingsvermogen vraagt, maar het wachten op een aanbeet doet ons soms denken aan karpervissen.

 

Gelukkig konden we de tijd doden met het speuren naar jagende vissen, wat met het rustige weer goed te doen was. De eerste meeuwen waren al snel gespot en al snel zagen we meerdere groepjes meeuwen op verschillende afstanden van de boot de jagende vissen volgen. Eén groepje volgde een koers richting onze boot. ‘Geinig’, dachten we, tot we ons beseften dat deze vissen binnen een minuut op werpafstand zouden zijn. Snel gristen we onze spinhengels uit de houders op het dak en namen gespannen positie in op het voor- en achterdek. Even later suisden twee pilkertjes richting een schooltje tunnys en nog geen drie seconden later klonk er een triomfantelijk “Ja!” en gierde een slip het uit. Snel de tonijnhengels het water uit om de vechtende vis de ruimte te bieden en na een geweldige strijd werd de eerste vis van de dag geland. Op deze manier vingen we er die dag nog twee en leerden we een nieuwe aanpak: als wij niet bij de tunnys kunnen komen dan laten we ze bij óns komen!

 

Tonijnvissen 08

Tonijnvissen 09

Tonijnvissen 10
Speuren naar meeuwen die jagende vissen volgen, dan “Ja!” een dril die begint vanaf het voordek.

 

Snelheid is alles

Bij het observeren van het jachtgedrag van de tunnys valt op dat ze vrijwel alles op ‘full speed’ doen. Qua bouw zijn de vissen ook helemaal ingericht op snelheid. Naast de perfecte stroomlijn van hun lichaam beschikken ze over vinnen die ze tijdens het zwemmen kunnen wegklappen in uitsparingen in de huid, waardoor de weerstand in het water nog verder afneemt. Dat beperkt weliswaar de wendbaarheid, maar het kan ze tijdens het jagen nét die extra snelheid geven die nodig is om een aasvis te grijpen. Het gemak waarmee ze een hoge snelheid ontwikkelen hebben we een paar keer vanaf de boot kunnen aanschouwen. Na het werpen richting de jagende vissen draaien we de pilker op hoge snelheid binnen, waarbij een aanbeet meestal in de eerste meters volgt. Na het indraaien van zo’n 20 meter lijn is wel duidelijk of het een succes is of niet, dus dan is het een kwestie van zo snel mogelijk de laatste meters binnen draaien om daarna de school nogmaals aan te werpen. Tot twee keer toe zagen we daarbij een tunny de op hoge snelheid ingedraaide pilker moeiteloos volgen, waarbij het kunstaas op het dooie gemak van meerdere kanten werd bekeken. Je hoeft dus écht niet bang te zijn dat je te snel binnen draait. Sterker nog: om de vissen niet teveel tijd te gunnen om te bekijken of er nu een sappige sardine of een metalen imitatie voorbij flitst, kun je het beste je kunstaas op topsnelheid indraaien. Daarbij heb je dus profijt van een niet te kleine molen met een hoge indraaisnelheid, waarmee je per slingerslag minimaal een meter lijn binnen haalt. 

(Wordt vervolgd.)

 

Tonijnvissen 11

Een hoge indraaisnelheid is zeker gewenst!


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.