Over hotspots en hete zones: ‘Some like it hot...’

10 februari 2018 | Thomas Sintobin

‘Find the fish and then you can catch them.’  Je moet al heel erg balorig zijn om deze befaamde uitspraak tegen te spreken, want hij is gewoon waar. Je mag de stoerste boot hebben, de duurste hengel en het allerbeste kunstaas, als je vist waar er geen vissen liggen, vang je geen staart. Locatie is dus het allereerste wat je goed moet hebben. In dit artikel denkt Thomas Sintobin na over wat er daar zoal bij komt kijken…

Eenzaamheid… een kostbaar goed

 

Ik drijf rond in mijn bellyboat in een Californische haven, met mijn Amerikaanse vismaat Tom Watanabe. We driften langzaam mee met het getij, tussen miljoenenjachten van Hollywoodsterren – maar we krijgen al zeker een uur lang geen tik. Mijn visvinder had ik net zo goed thuis kunnen laten, want de diepte is overal min of meer hetzelfde, zo tussen de vijf en de zes meter. “Don’t worry”, zegt mijn vismaat, “we will catch fish. We are just not in the zone yet. Wait until we have passed that blue ship over there.”

 

over hotspots en hete zones 02
Botenbal… (foto: Niek Fleuren)

 

En inderdaad, een honderdtal meter verder klappen onze hengels nagenoeg tegelijkertijd dubbel onder de agressieve aanbeet van twee mooie Californische heilbotten. Vanaf dan krijgen we het aardig druk, want de ene na de andere vis vergrijpt zich aan onze shads. Ik snapte er aanvankelijk niks van, want qua diepte of stroming is er volstrekt niets veranderd. Pas na een poosje dringt het tot me door dat er toch twee verschillen zijn: de bodem bestaat uit zand in de plaats van steentjes en langs de oeverzone liggen hier en daar basaltblokken. Dát was de sleutel: die heilbotten willen een lekker zacht bedje van zand om op te liggen, in de onmiddellijke nabijheid van obstakels. Zodra ik dat door had, werden mijn visdagen beduidend succesvoller.

 

over hotspots en hete zones 03
Veel en snelle stroming? Dat betekent ‘roofblei’! (foto: Michel Rijnberg)

 

Hot or not?

Maar hoe kom je zoiets in hemelsnaam te weten? Op druk beviste wateren zie je het in één oogopslag: daar waar je over de boten kunt lopen, is het bal. Of dat ook jouw feestje is, moet je zelf uitmaken. Je verdiepen in de gewoonten van de vissoort waarop je het gemunt hebt, is een andere manier om stekken op te sporen en een die mij meer ligt, want ik hou niet zo van drukte. Die heilbotten houden ervan om het grootste gedeelte van de dag plat op de bodem te liggen luieren, waar de stroming hen niet deert. Maar als ze honger hebben, dan gaan ze op half water jagen boven obstakels, omdat zich daar veel prooivis ophoudt. Je moet het maar weten…

 

Nu weet een beetje roofvisser vaak wel genoeg af van zijn targetsoort om met een behoorlijke kans op succes in te kunnen schatten op welk gedeelte van een water hij zijn pijlen moet richten. Wie weet dat veel snoeken bij voorkeur vanuit een hinderlaag jagen, die gaat op zoek naar geschikte uitvalplaatsen. Hoe die eruit zien, hangt af van water tot water. Op groot water hebben bedden fonteinkruid een goede naam, in de polder splitsingen, afgekalfde oevers en bruggetjes, op kanalen pijlers van bruggen en steigers en zo verder.

 

Wie weet dat meerval lichtschuw is, gaat op zonnige dagen op zoek naar diep water of naar plekken waar het troebeler is. Bij voorkeur plekken in de buurt van ondiepe zones, want zodra de avond valt trekken ze daarheen om er te jagen. Snoekbaarzen gedragen zich gelijkaardig als meervallen: overdag bij helder weer liggen ze vaak in de duistere diepten, om ondiepe platen en de oeverzone op te zoeken zodra de lichtintensiteit afneemt. Ken je dus een gedeelte van je water waar er veel diepteverschillen vlakbij elkaar liggen, dan kan je daar waarschijnlijk goede meerval- en snoekbaarszaken doen.

 

Wie roofblei wil vangen, houdt best in het achterhoofd dat deze sterke dieren tot de weinige soorten  behoren bij ons die geen last hebben van extreem harde stroming, integendeel: ze zijn er dol op. Goede zones liggen dan ook overal waar de stroming gekke dingen doet: bij stuwen, in mondingen van zijriviertjes, rond obstakels als pijlers en kribben, op plekken waar de rivier een stuk smaller of ondieper wordt en daarna weer breder, want precies daardoor of daarover moet het water zich heen persen. En als een regenrivier als de Maas begint te stromen, gaan de meeste roofvissen in de inhammen en mondingen van de plassen liggen, of achter de kribben, net uit de stroming. Je merkt het: ik vertel echt niets nieuws, want dit alles is sinds jaar en dag bekend.

 

over hotspots en hete zones 04
In de buurt van hinderlagen vind je nog allicht snoek… (foto: Piet Driessen)

 

Door zo te redeneren, kan je zelfs de allergrootste wateren overzichtelijk maken door het op te delen in een beperkt aantal ‘hot zones’. Je dieptemeter is daarbij een van je beste vrienden. Het vergt wat oefening, maar met een goed toestel kan je héél erg veel zien: niet alleen de diepte, maar ook hoe snel of hoe traag een talud afloopt bijvoorbeeld, en hoe grillig het is, en of de bodem hard is of zacht. Met meer gesofisticeerde toestellen, die van sidescan zijn voorzien, kan je ook links en rechts van je speuren. Nog niet zo lang geleden ontdekte ik al trollend een onder water liggende boom.

 

 


 

…ik heb vorig jaar windes gevangen die tussen de sliertjes drijvend toiletpapier aan het azen waren…

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

over hotspots en hete zones 05

Een hotspot in het vizier…

over hotspots en hete zones 06

…en het was er wel degelijk feest!

 

De nodige worpjes met een Carolina-rig midden in die met het blote oog onzichtbare wildernis lieten zien dat het een ware baarsburcht was! Staar je evenwel niet blind op het schermpje, maar kijk ook goed rond je. Zie je ergens een woest borrelend bellenplakkaat, alsof er een gigantische bruistablet onder water ligt, of zie je een warmwateruitlaat of een rioolbuis die water loost in de rivier? Laat zo’n stek dan zeker niet links liggen. Wie wel eens in de Ardennen vist, weet waarover ik het heb: niet zelden zie je een grote school vissen liggen pal onder zo’n buis! En geloof het of niet, maar ik heb vorig jaar windes gevangen die tussen de sliertjes drijvend toiletpapier aan het azen waren… Ja, in het buitenland is het met waterzuivering nog lang niet zo goed gesteld als in Nederland.

 

over hotspots en hete zones 07
Of hij er anders uitziet dan een hinderlagensnoek weet ik niet, maar hij was extreem sterk. (foto: Piet Driessen)

 

Geen wet van Meden en Perzen

Ik wil hier twee kanttekeningen bij maken. Ten eerste zijn dit weliswaar goede richtlijnen die vaak erg mooie resultaten opleveren, maar beslist geen wetten van Meden en Perzen. Vissen zijn wilde dieren die soms dingen doen die totaal irrationeel lijken. Ik zou de hengelaars niet te eten willen geven die op klaarlichte dag snoekbaarzen uit de oeverzone of zelfs uit de oppervlakte hebben getrokken, snoeken uit het midden van de poldersloot waar geen spoor van een obstakel te zien was, of roofblei uit een traag stromend stuk rivier. Soms kan je die onverwachte vangsten ‘verklaren’ door uitzonderingen op de basisregel te formuleren. Zo is het bekend dat snoekbaarzen vaak nog een hele poos in de buurt van het nest blijven hangen op het ondiepe water, en ik las onlangs een Duits artikel waarin iemand betoogde dat de snoeken die hij in open water ving anders gebouwd waren dan de snoeken die van de klassieke hinderlaagstekken afkomstig waren. Ze leken gespierder, hun aanvallen op het kunstaas waren een stuk feller en zelfs qua kleur weken ze af, zo stelde deze auteur. En dat ook grote snoekbaarzen graag op half water jagen, is inmiddels, na de ‘pelagic revolution’, geen geheim meer natuurlijk… Nochtans zijn er ook vangsten waar ik niets van begrijp, zoals die meerval van 228 cm die een kennis van mij op een zonovergoten en nagenoeg windstille dag ving, op nog geen meter water. Maar waarschijnlijk zit zelfs daar een systeem achter, want er circuleren beelden genoeg van meervallen die op extreem ondiep water op duiven jagen, gewoon op de middag.

 

hotspots en hete zones 08
The River Piker met een kolossale snoekbaars.

 

Ten tweede is het van cruciaal belang om dynamisch te blijven denken. Dit type regels werkt namelijk niet overal, omdat dezelfde vissoort zich in verschillende omstandigheden helemaal anders kan gedragen. Dat hangt af van het jaargetijde, van de weersomstandigheden, van het paaigedrag, maar ook van de locatie. Zo heb ik op meerdere Ierse meren gevist waar snoeken systematisch in groepen lijken te jagen, iets wat ik ze in Nederland eigenlijk nog nooit echt heb zien doen. Ze doen dat niet tussen de rietstoppels, maar in open water… Ook kan een vissoort zijn gedrag wijzigen als zijn biotoop verandert. Een goed voorbeeld is de roofblei: die werd aanvankelijk vrijwel uitsluitend aan de oppervlakte gevangen maar wordt de laatste jaren steeds vaker met diep duikende pluggen – bedoeld voor snoekbaars of baars  – gefopt. In het boek Rapfen van de Duitse roofbleispecialist Florian Läufer las ik dat dat fenomeen zich op nog tal van andere plaatsen in Europa heeft voorgedaan. Hij wijt het aan een veranderend voedselaanbod: de alvers waarop de zilveren pijlen het aanvankelijk hadden gemunt zijn qua aantal enorm afgenomen, zodat ze zich nu op andere vissoorten zijn gaan richten, zoals bijvoorbeeld de ontelbare exotische grondels die alle grote riviersystemen gekoloniseerd hebben, of rivierkreeftjes. Dat zou heel goed kunnen kloppen, want bijvoorbeeld op de Belgische Maas worden behoorlijk veel roofbleien gevangen met kwetsuren op hun kop en bek, vermoedelijk veroorzaakt doordat ze full speed tegen stenen zijn geknald bij het jagen op grondels of kreeften, die zich daartussen verstoppen…

 

Dat is trouwens iets wat we de laatste jaren ook steeds vaker zien bij baarzen op de Nederlandse rivieren: ook die zijn overgeschakeld en dragen daar de littekens van. Wat er ook van zij: als roofbleien inderdaad op bodemdieren zijn overgeschakeld en niet meer hoofdzakelijk op alvers jagen, dan moeten we allicht een ander type stek leren opzoeken…

 

over hotspots en hete zones 10
Als je deze kleine krengen vindt, dan zijn er roofvissen in de buurt!

 

Hot spots

Het biotoop-denken in ‘hot zones’ werpt, zoals ik al schreef, vaak vruchten af. Toch kleven er ook meerdere nadelen aan vast. Ten eerste is het gemiddelde niveau van de Nederlandse en Belgische roofvisser inmiddels heel erg hoog te noemen. De vele goede en gemakkelijk beschikbare informatie in specialistische bladen, boeken en websites zijn daar de oorzaak van. Daardoor weten heel veel vissers wat een stek tot een goede stek maakt, zodat het er erg druk wordt. Het gevolg daarvan is dat de vissen hun gedrag omgooien: ze azen er niet meer of veel voorzichtiger, of enkel op uren waarop er niet gevist wordt, zoals tijdens de nacht…

 

 


 

Best bizar eigenlijk, dat vissen dergelijk onnatuurlijk gedrag beginnen te vertonen om aan de hengeldruk te ontsnappen

 


 

 

Of ze zoeken stekken op waar ze normaliter eigenlijk niet zouden komen. Ik weet nog heel goed hoe ongelovig ik reageerde toen ik een artikel las van de bekende karpervisser Rod Hutchinson over zijn avonturen op Lac de Saint Cassien in Frankrijk. Aanvankelijk ving hij zijn vissen daar waar je ze zou verwachten: in de ondiepe, licht- en plantenrijke en daardoor voedselrijke zuidarm van het meer. De vangsten liepen echter snel terug door de afgrijselijk intensieve hengeldruk waaraan dit Mekka voor karpervissers kwam bloot te staan, en toen begon hij plots te vangen in de noord-arm, waar het tientallen meters diep was, waardoor er weinig tot geen natuurlijk voedsel op de bodem lag! Best bizar eigenlijk, dat vissen dergelijk onnatuurlijk gedrag beginnen te vertonen om aan de hengeldruk te ontsnappen, maar als je er goed over nadenkt, is het wel logisch…

 

over hotspots en hete zones 11
Eén van mijn grootste snoeken… (foto: Hilco van Nuil)

 

Het biotoopdenken is dus niet alleenzaligmakend: het is van cruciaal belang om ook externe factoren, een intense hengeldruk voorop, in het verhaal te betrekken. Ten tweede ondervond ik dat ik als ‘zone-denker’ al te kleine plekjes systematisch links liet liggen. Waarom zou ik me bij mijn baarsvisserij concentreren op een zielig klein hoopje steentjes, als er een kilometer verder een strook van wel 300 meter basaltblokken ligt, zo dacht ik dan... Nochtans moest ik, vaak tot schade en schande, niet zelden ondervinden dat vissers die wél op die kleine hotspot hadden gevist, beter hadden gevangen dan ik. Ik herinner me ook nog een welbepaald wrak voor de Belgische kust, dat onder water in twee was gebroken: één heel groot stuk, en dan een 150-tal meter verder nog een brokje. Slechts één schipper beviste dat kleine stuk, en uitgerekend hij kwam met de grootste gullen naar huis.

 

over hotspots en hete zones 12

Over hotspots en hete zones

Met Jo de meervallen achterna… Deze wilde zijn hol niet meteen uit.

 

Ten derde maakte dat zonedenken mij best wel slordig: ik maakte weliswaar heel zorgvuldig mijn huiswerk door een water te reduceren tot een aantrekkelijk aantal hot zones, maar daarbinnen was ik niet precies genoeg. Met andere woorden: het komt er soms op aan om binnen de hot zone op zoek te gaan naar hot spots. Ik heb de voorbije jaren het geluk gehad met extreem goede vissers te vissen, en telkens opnieuw moest ik vaststellen dat zij bijzonder precies waren. Zo maakten de bekende meervalvisser Jo Mebis en ik eens een lange drift boven een diepere geul die zo’n 150 meter lang was en een tweetal twee meter dieper dan de rest van de rivier. In zijn geheel een ideale meervalzone, nam ik aan en dat was het ook, maar van Jo leerde ik dat opvallend veel aanbeten kwamen van een kuiltje waar het water 80 cm dieper was dan elders. Het was maar een paar vierkante meter groot!


Snoekspecialist Hilco van Nuil leerde me dezelfde les. Hij nam me mee naar een baai die hij als winterverblijf van snoeken had leren kennen. Bij de ingang van die baai vingen we vissen van rond de 70 centimeter, iets dieper erin waren ze zo’n tien centimeter groter, halverwege botste je op negentigers, maar de echte bakken vingen we systematisch diep in de baai. “De grote loebassen nemen de beste plekken in”, aldus Hilco, “daar waar geen stroming staat, maar wel nog wat plantenresten.”


Zo had hij die enorme baai gereduceerd tot een stukje van een tennisveld groot en ik heb een van mijn grootste snoeken tot nog toe aan zijn waterkennis te danken… ‘The River Piker’, Piet Driessen, is nog zo’n visser die héél precies weet waar hij zijn kostbare vistijd gaat besteden. Hij kent zijn geliefde Maas als zijn broekzak en weet feilloos minuscule structuurtjes onder water op te sporen om die dan heel gericht te bestoken: een klein hoopje stenen die stroming breken, een vierkante meter waar het net een tikje dieper is.


Al deze mannen gaan heel zorgvuldig om met hun visserij. Ze lezen het water in feite zoals vliegvissers op zalm of forel dat doen: achter elke kei of tak, in elk kuiltje, hoe klein ook, kan een vis liggen. Het is dan ook beslist geen toeval dat zij elk seizoen opnieuw weer de nodige giganten weten te vangen. Men zegt vaak dat vissen vooral met geluk te maken heeft, maar daar geloof ik niet veel meer van: toewijding, ervaring, goed materiaal, ‘water sense’ en een aangeboren talent om zich in de ‘denkwijze’ van een vis te verplaatsen spelen een véél grotere rol.

 

over hotspots en hete zones 14
Zo’n hot spot, voor jou en je vismaat alleen.

 

Ik wou dat ik wat meer van die laatste twee eigenschappen in mij had, maar ik ben helaas maar een gewone sterveling. En dat is misschien de belangrijkste tip die ik aan andere gewone stervelingen kan geven: bestudeer de mensen die vangen! Luister naar hen als ze op beurzen of opendeurdagen spreken, lees hun artikelen, volg hen op Facebook, niet om hun stekken te achterhalen (dat is niet alleen niet netjes, maar ook ongunstig voor iedereen, want zulke kleine ‘spots’ zijn in een mum van tijd kapot gevist), maar wél om van hen te leren waar je precies op moet letten bij het opsporen van zo’n plekje voor een bepaalde vissoort. Neem van mij aan dat het veel voldoening geeft als je op een dag zelf zo’n kleine hot spot vindt, helemaal voor jou en je vismaat alleen!


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.