Vergeten stekken

13 mei 2018 | Jouke Jansma

Iedere roofvisser kent wel een aantal standaard stekken, maar soms raken ze in de vergetelheid. Volgens Jouke Jansma blijft echter de juiste stekkeuze belangrijker dan de keuze van het aas… Alleen als je de rovers kunt vinden, kun je ze tenslotte vangen.

 

Vaak zijn de verschillen in vangsten dan ook groot ten opzichte van andere vissers. Dat heeft minder met geluk te maken dan soms wel wordt beweerd

 

Plateaus

Grote ondiepe plateaus zijn, als het water wat kouder wordt, topstekken voor snoeken. Met name grote snoeken hebben vaak een voorkeur voor ‘vlak terrein’. Een van deze vaak vergeten topstekken is een breed uitlopende vlakke ondiepte, oftewel plateau. In de basis is een plateau niets anders dan een relatief gelijkmatige vlakke plaat, die aan de rand grenst van diep water. Ook is het belangrijk dat er de nodige dekkingsmogelijkheden zijn zoals planten, grote stenen of soms iets diepere geulen die er dwars over lopen. Snoek houdt nu eenmaal van een gelijkmatige diepte, maar dan wel met het nodige bodemreliëf. We hebben het over het algemeen over groot water, wanneer we het hebben over dergelijke stekken. 


Met name in Scandinavië vissen we vaak in de ingang van baaien, voordat we er dieper in varen om de oeverzones te bevissen. Dat laatste is trouwens wel de grote fout die veel collega-vissers maken. Midden in de ingang van een baai ligt vaak een grote ondiepere plaat. Dat komt omdat het water langs de randen altijd in beweging is als de wind er op staat. Eigenlijk is de ingang de plek waar vissen altijd twee keer langs moeten. Eerst als ze de baai in willen en dan nog eens als ze terug het wijd op willen. Het is daarom dat juist de grote snoeken ze daar opwachten. Ook bij de grotere wateren in ons eigen land is dat trouwens vaak niet anders. In de winter zijn de haveningangen bij ons om die reden ook vaak beter dan de haven zelf.

 

preview 125 02


Een plateau midden op het wijd, dat omringd is door diep water is natuurlijk een uitgelezen plek voor grote vissen om als basis te dienen voor hun rooftochten richting de scholen aasvis in de buurt. Veel schuilmogelijkheden hoeven er niet te zijn, want zeker grote snoeken hebben niet zoveel te vrezen. Meestal houden ze zich op aan de randen, maar soms ook tussen de begroeiing, als de plaat niet te diep ligt en het water helder is. Grote snoekbaarzen liggen trouwens ook vaak tegen de randen van dergelijke plateaus, maar dan vaak net een beetje dieper. Als er sprake is van welige plantengroei, houden ze zich daar vaak net buiten op. Tussen en rondom eilandjes loopt vaak een ondiepere rug en zeker op de punten loopt een ondiepte vaak nog een eind door. Dat trekt altijd de nodige aasvis aan. In veel gevallen eindigt zo’n rug vaak in een wat wijder uitlopend plateau wat weer een mooie uitvalsbasis biedt voor grote rovers, die van soortgenoten niet zoveel (meer) te vrezen hebben.

 

Als er ergens een uitstroom is van een riviertje of een afwateringskanaaltje, levert dat meestal vlak voor de monding een dieper geultje op. Dat geultje is vaak interessant, maar vaak wordt vergeten dat juist een stuk daarvoor dikwijls een ondiepere vlakkere plaat ligt waar het nodige sediment zich op heeft afgezet. 
Zeker in het begin van het seizoen,als de plantengroei nog niet al te welig is, is dit een plek waar je vaak grote vissen kunt aantreffen. Ook als na een winterperiode met vorst de dooi invalt, zijn die plekken vaak net iets eerder opgewarmd dan het diepere water en liggen er vaak meerdere vissen bij elkaar.Het grote voordeel van een plateau voor sportvissers is, dat het vanwege de gelijkmatige diepte heel erg goed bevisbaar is. Trollen is een optie, als het tenminste over een grote oppervlakte gaat, maar werpen is zeker ook een perfect uit te voeren techniek. Een paar driften maken dwars over het plateau met een dode aasvis onder een dobber is natuurlijk ook prima te doen gezien het geringe verschil in diepte. Als er wat meer diepte is kan verticalen met een forse shad, of de inzet van een flinke aasvis op een fireball natuurlijk ook een goede optie zijn.


Als er met kunstaas wordt gevist kies ik op dergelijke plekken vaak voor een zo realistisch mogelijke imitatie van de aanwezige aasvis. Dat is, zeker op onbekend water, nog wel eens een gok. Als je de visetende watervogels een beetje in de gaten houdt, weet je waar de aasvis zich zo’n beetje ophoudt. Met een kijker kom je er dan ook al snel achter op welke prooivis ze zich gericht hebben. Niet zelden zijn dat dezelfde aasvissen waarop de groene rovers zich richten en bovendien weet je ook meteen de stekken waar ze waarschijnlijk op jacht zullen gaan.. 

 

Wil jij het complete artikel uit deze Dé Roofvis 125 graag als eerste lezen?
Neem dan nu meteen even een voordelig abonnement en klik hier.


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.