De gesloten-tijd-vlieg – deel 2

05 mei 2019 | Bart Debaes

De GTV – de-gesloten-tijd-vlieg - is een propellervlieg die gebonden is met een propellertje, de naam maakt het al duidelijk. Het is een vlieg die kleiner is dan 2,5 cm en die dus gebruikt kan worden in de gesloten tijd. Bart Debaes vervolgt in deel 2 zijn verhaal.

 

Gemaakt voor elkaar...

 

Ik wil uitzoeken of ik zonder het dunne staaldraadje nog vlotter de voorns over de streep kan trekken, en knoop hiervoor de proppellervlieg rechtstreeks aan de 10/00 nylonlijn. Het lijkt er niet op dat het veel uithaalt. Veel witvissen spurten er achteraan, maar happen niet toe. We vangen nu wel regelmatig baars en geraken aan een paar tientallen vissen. Dit is nog lang niet het echte baarsseizoen, dus dat belooft wat voor de najaarsperiode. De vissen zijn zeker niet groot te noemen maar op dit lichte rapiertje is het toch telkens genieten geblazen.

 

 

Ook een flinke snoek verliest zich...

 

Modern glas heeft veel te bieden...

Traag

Een stuk in de namiddag loop ik vast. Ik zet zoveel mogelijk kracht op de nylonlijn om het zaakje los te werken. Dan komt ‘het’ traag mee. Terwijl ik nog denk dat het een pak vuil is, bonkt er dan iets op de diep gebogen hengel, oei dus toch vis! Kort daarna gaat het ‘iets’ er vandoor. Als de vis voor het eerst boven komt, schrik ik me een hoedje. Ik heb hier zomaar een metervis gehaakt op dit superkleine aas! De erg magere lange snoek gaat er daarna opnieuw vandoor.

 

Stress

Het zou helemaal super zijn als ik deze vis er kan uithalen bij de eerste test van dit hengeltje. De dunne nylon zal echter het gevaarlijkst worden op het laatste moment van de dril; als er geland worden. Dan bedenk ik opeens dat ik het staaldraadje wegnam. De stress neemt gelijk erg toe. Toch blijft het goed gaan, ik heb nooit het gevoel dat mijn hengeltje te licht is, want deze combinatie is perfect op elkaar afgesteld. Dat de dril op een ultralichte hengel veel te lang duurt, wordt ook hier opnieuw door de praktijk tegengesproken. Dit heeft natuurlijk ook te maken met de zwakke conditie waar mijn magere tegenstander zich in bevindt. Vier minuten later ligt hij voor me op zijn zij. Als ik wil grijpen gaat hij er nogmaals vandoor. Het laatste wat ik zie, is dat de lijn van de ene kant van de bek naar de ander kant gaat lopen, en dan veert mijn rapiertje recht. Het balen kan beginnen.

 

 

Bijna geland...

Controle, test, check!

Tien minuten later vrees ik wat dat het balen nog iets zou kunnen gaan toenemen. Er komt namelijk een BOA aangereden. Ik ben wel met een vlieg bezig kleiner dan 2,5 cm, dus kan de man mij waarschijnlijk weinig maken; maar toch weet ik wel dat het aasje zich in een ietwat grijze zone bevind. Aan de ene kant vind ik het dus sneu dat ik nu net de eerste controle krijg in zowat vijf jaar, maar aan de andere kant is het zeker ook een ideaal moment voor een check.

 

BOA

De BOA vraagt natuurlijk onmiddellijk waar we mee aan het vissen zijn. Ik toon hem vlotjes het aas, terwijl ik aanhaal dat het een proppellervliegje is, kleiner dan 2,5cm. Hij heeft dit soort aasje nog nooit gezien, en vind het een leuke vinding. Er wordt van zijn kant niets aangehaald wat voor ons vervelend zou kunnen zijn, en we praten gezellig nog verder over de omliggende polders. Hij toont me zelfs een paar stekken op kaart, waar de roofvis goed vertegenwoordigd zou zijn. Ik weet na zijn bezoekje dus heel zeker dat ik de polders nog vaak ga aanvallen in de gesloten tijd met dit nieuwe aasje.

 

Spinmatic

Wat later gaat weer een wereldje voor me open als ik met een tweede hengel aan de slag mag: de Spinmatic 2,5 grams Cobold. Het is een hengel uit een nieuw soort glasvezel en erg zacht. Hij is heel wat trager dan de carbon rapier van daarnet. Ook zijn beperkte lengte van 1,55 meter zorgt ervoor dat ik er met wat negatieve vooroordelen mee aan de slag ga. Het korte ding gooit echter als een raket! Als ik er Jan over aanspreek, blijkt dit werpvermogen net de reden te zijn van de naamgeving bij deze hengelreeks. Spinmatic staat voor spinhengel die als automatisch gooit, en ik mag zeggen dat het zijn naam niet heeft gestolen. Ook op dit stokje kan een klein baarsje heerlijk tonen wat hij in zijn mars heeft.

 

 

Ook roofbleitjes zijn er gek op...

 

Roofblei

Ondertussen viste ik al heel wat uren met deze vlieg, en ze vangt uitstekend, ook buiten de gesloten tijd. De eerste vissessies met meer dan 100 vissen op de teller zijn al achter de rug. Ik ben er erg zeker van dat dit voor veel poldervissers, baarspikeurs, streetfishers en peuteraars een prima aanvulling in de tacklebox zal betekenen. De tijd zal nog bewijzen in wat voor visserijen dit aasje zichzelf nog zal bewijzen. Roofblei en winde zijn er in ieder geval ook gek op, en al helemaal de kleintjes. Net voor ik onlangs met Maikel van Float Plus het water zou optrekken om te verticalen, wou hij de actie van dit kleine ding wel eens zien. Pal voor zijn voeten trok hij het ondiep door het water. Zo’n 20 cm ver geraakte hij, en er sloeg al een mini-roofblei op.

 

Missers

Spinnend in het rond vingen we de één na de andere. De gebruikte haak was net wat te groot voor de kleine rovertjes, en dus misten we nogal wat aanbeten. Sommige worpen zelfs tot vijf missers toe. Maikel vond het super, en het was eigenlijk met tegenzin dat we overstapten naar de vooraf beoogde visserij: de beoogde glasogen een oor te gaan aannaaien. Ondertussen sneuvelden op vele wateren een paar honderd roofbleitjes hieraan. In vele jachthavens en rivierplassen is het vis na vis, bijna op elke worp.

 

 

In verschillende groottes...

Grootste

Een ander duidelijk opvallend gegeven is, dat net als bij ander kunstaassoorten de grootte van het aasje behoorlijk selecteert welk formaat vis er wordt gevangen. Ik heb de proppellervliegen in drie formaten en alhoewel de hele kleine van 1 cm doorsnee niet de beste vanger is, kan je daarmee wel de meest pietluttige baarsjes plukken. De 2 cm grote versie vangt het best, de gemiddelde vis is ook al groter. De grootste van 2,5cm levert echt de betere vissen op, maar dan minder aantallen natuurlijk. Let op; ik testte dit uit in dezelfde poldersloten, en vaak zelfs in eenzelfde school baars.

 

Er is vreemd genoeg voorlopig geen verschil tussen de beide grootste in het verleiden van snoeken. Ik vind het opmerkelijk dat zowat elke visbeurt minstens één snoek zich laat gaan voor zo een klein aperitiefhapje. Het doet me dan vaak denken aan het stukje tekst dat Jan Schreiner ooit neerpende over het best vangende kunstaas voor de polder. Een wit streamertje van 3 cm grootte was zijn superaasje. Daarmee konden zowat alle vissoorten worden verleid, tot metersnoeken toe. Ik weet niet zeker of ik bevooroordeeld ben door die tekst, maar naar mijn gevoel ving de van een witte haakversiering voorziene versie tot nu toe al het meeste snoek.

 

 

Eerst een kolkje onder de plompbladeren, kort daarna, de tik.

Aanbeet

Ook in minder helder water valt het kleine ding al voldoende op voor de snoek. Ik blijf er me over verwonderen, want dit kleine ding veroorzaakt ook echt geen grote turbulenties in het water. Blijkbaar zijn het echter wel de juiste wervelingen. Meermaals al zag ik een kolkje of een plompblad bewegen op anderhalve meter afstand van het binnenkomend aasje, en kort daarna volgde de aanbeet. Dus zeker van die afstand voelen ze die wervelingen.

 

Signalen

Dat het de juiste wervelingen zijn om toe te slaan, blijkt ook al uit het feit dat ik telkens, als ik een snoek zag jagen in de polder, en ik gooide er mijn gesloten-tijd-vlieg op, dat ze werd gepakt. Dit bijna steeds bij de eerste worp. Soms spin ik dan gewoon dwarsdoor een school, en toch wordt mijn draaiertje boven al die lekkere visjes verkozen. Dressuur doorbrekend is dit kleintje zeker, want hier vist gewoon zo goed als niemand mee, maar er is waarschijnlijk toch wel meer aan de hand. Het zeer trage vissen wat er mee mogelijk is, zal al wat van de verklaring zijn, maar toch moeten de uitgestuurde signalen erg correct zitten, om steeds weer als een prima prooi te worden aanzien.

 

Slecht haken

Ik moet helaas wel toegeven dat ik de snoeken slecht haak. De eerste reden waarom ik vermoed dat dit gebeurt, is dat de propeller waarschijnlijk vast komt te zitten tussen de snoekentanden. Het propellerblad staat namelijk dwars op de haaksteel, en niet plat erop zoals bij een spinnerblad. Dwars op de kaken geklemd bij de aanbeet, moet je al hard kunnen aantikken om de haak te laten schuiven, en de haakpunt dus te zetten. Hiermee loop ik gelijk al in op de tweede reden van het slechte haken.

 

 

En alweer op de witte vlieg...

 

Arca

Ik vis deze propellervliegen altijd met erg lichte hengels. Het is dan ook de enige manier om dit erg lichte aasje goed weg te zetten. De ultralichte Fair Play hengels zijn natuurlijk perfecte juweeltjes die erg veel sport kunnen bezorgen. Ze zijn helaas niet goedkoop. Echter ook bij de fijne forellenstokjes, en streetfishinghengels vind je modellen waarmee dit vissen lukt. Zo beleefde ik al erg veel mooie uren met het erg gevoelige, heerlijk buigende Sensy Touch hengeltje uit de Arca stal. Dit hengeltje, van om en bij 40 euro, gebruik ik ook om te dropshotten, met de korst te vissen op winde, finten ultralicht te belagen, en te verticalen met de 2-3 grams T.T. spoons van River2Sea. Tot op een diepte van 11 meter toe, kan ik hiermee heel erg aardig vis vangen; wat zijn gevoeligheid goed bewijst…

 

Dyneema

Als je net als ik eerder aan de slag wilt met Dyneema in plaats van nylon, dan moet je wel gaan voor de dunste soorten. Kies wel voor een slijtvaste soort, want als je met een korte hengel vist, komt die lijn sowieso regelmatig in contact met oeverplanten, en sommige gevlochten lijnen kunnen dat niet goed hebben. Kies je een te dikke lijn, dan boet je in aan werpbereik. Ik vis steeds met 04/00 Christal Fireline, een lijntje dat me perfect bevalt.

 

Deel 3 van dit artikel volgt de komende dagen op deze website.

 

 

Een heerlijk hengeltje...

 

 


Reactie plaatsen

 

Uw reactie is meer dan welkom en zal bij goedkeuring door de redactie geplaatst worden.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties geplaatst.